Overgang deel 4, oestrogeen en vet

De relatie tussen oestrogeen en vet

Zoals je inmiddels weet, als je mijn vorige artikel hierover hebt gelezen, daalt het oestrogeengehalte drastisch als je in de overgang bent en dit heeft rechtstreeks invloed op je vethuishouding. De vetopslag verandert en veel vrouwen hebben meer moeite niet zwaarder te worden. In je vruchtbare periode maakten je eierstokken oestrogeen, daarna nemen, in veel mindere mate wel, de bijnieren en vetweefsel het over.

Gewichtstoename in de overgang wordt veroorzaakt door:

  • Verminderde energiebehoefte,
  • afname van spierweefsel en
  • lagere ruststofwisseling.

De vorm van je lichaam verandert; slankere dijen en heupen, terwijl het vet meer rond je buik gaat zitten. En je lichaam gaat meer vocht vasthouden.

Buikvet

Buikvet is actief vet (dus niet alleen opslag) en heeft invloed op je hormoonaanmaak en celdeling. Dit vet bevordert ontstekingen en blokkeert een goede werking van de organen in je buikholte en daar zitten heel wat belangrijke organen, zoals je darmen, nieren en lever! Daarom is het, zeker als je in de overgang zit, belangrijk niet overmatig buikvet te hebben.
Dus, aan de ene kant is het normaal dat we een buikje krijgen, omdat daar het oestrogeen dat we nodig hebben wordt gemaakt, maar als je te veel buikvet krijgt, wordt er ook te veel oestrogeen aangemaakt, en daar zit je lichaam niet op te wachten in de overgang. De veranderde vetopslag is vooral een disbalans tussen oestrogeen en progesteron. Klachten bij een te hoog progesterongehalte kunnen zijn: hoofdpijn, vertraagde schildklier, gewichtstoename, pijnlijke borsten en angsten.

Ook de hormonen insuline en cortisol werken nauw samen met de hormonen oestrogeen en progesteron. Zijn deze in onbalans met elkaar, dan kunnen ze voor overgewicht zorgen en het niet fit voelen, zowel lichamelijk als mentaal.

Wil je meer weten hierover? Wat kun jij doen aan je eetpatroon om je gewicht en je buikje onder controle te houden, neem dan contact met mij op. Dan kijken we samen wat het beste voor jòu werkt.

Door: Hella Biemans
Bron: Lijf en Lijn

Hormoontherapie tegen de overgang

Hormoontherapie

Late menopauze

Als je vroeg je eerste menstruatie hebt en laat (na je 55ste) je laatste, dan heb je 2x zo hoog risico op borstkanker. Dat komt doordat je meer jaren hebt dat je oestrogeengehalte hoog is. Omdat je oestrogeengehalte lager is tijdens de zwangerschap mag je de maanden dat je zwanger bent geweest er vanaf trekken. Een lager aantal jaren dat je een hoog oestrogeengehalte hebt, beschermt je tegen borstkanker.

Hormoonpillen tegen de overgang, risico op borstkanker

Vaak wordt hormoontherapie voorgeschreven tegen overgangsklachten en tegen zwangerschap, echter die zijn in deze periode zeker niet zonder gevaar. Het risico om borstkanker te krijgen wordt dan 1,5 keer zo groot in vergelijking tot vrouwen die in de overgang geen extra hormonen toegediend krijgen. Gelukkig is het zo dat na één jaar na het stoppen van deze medicijnen het risico nog licht verhoogd is, maar binnen vijf jaar is geen verschil meer aantoonbaar. Ook niet bij vrouwen die meer dan tien jaar hormonen gebruikt hebben. Als je in de overgang komt, is het de natuurlijke weg om het oestrogeengehalte af te laten bouwen. Door het dan op een onnatuurlijke manier hoogte houden, loop je dus een verhoogd risico.

Pro’s en contra’s

Er zijn ook wat voordelen om hormonale medicijnen te gebruiken, maar laat je door je arts in ieder geval goed voorlichten over de voor en nadelen.

Overgewicht

Ook overgewicht is bij vrouwen na de menopauze een risicofactor voor borstkanker. Dit komt omdat teveel lichaamsvet de hormoonbalans in het lichaam verstoort. Daarnaast is vooral buikvet er de oorzaak van dat je meer groeihormonen produceert.

Wat te doen

Je hebt geen invloed op het tijdstip van je eerste en laatste menstruatie, maar wat je wel kan doen is zorgen voor een gezonde leefstijl met goede voeding en voldoende beweging. Ook dat kan helpen om overgangsklachten te verminderen of te voorkomen en helpt in de bescherming tegen borstkanker.

De volgende week post ik over ‘Voedingsproducten die je helpen voor je hormoonbalans’.

Door Hella Biemans Wijk bij Diirstede.  Bron: Lijf en Lijn

 

Vrouwen in de overgang – Deel 1

Voeding in de overgang

Hormonen in relatie tot je overgang

De overgang is eigenlijk een omgekeerde pubertijd. Niet vreemd dat je af en toe niet goed wordt van jezelf of dat je omgeving denkt, wat heeft die nu weer. Vergeetachtigheid, zwaarder worden, opvliegers, stemmingswisselingen en alwéér een blaasontsteking! Het valt niet altijd mee. Herkenbaar?

Het is belangrijk om te beseffen dat je de keuze hebt om gezond te leven en te eten. Want pas als je gezond bent en je lekker voelt kun je voluit genieten van je overgangsjaren en alles wat er daarna nog komt!

Oestrogeen en Progesteron

Oestrogeen (uitgesproken als eustrogeen) is een vrouwelijk geslachtshormoon dat voornamelijk in de eierstokken wordt geproduceerd. Dit hormoon stimuleert de ontwikkeling van de vrouwelijke voortplantingsorganen, verhoogt de vetopslag en helpt bij regulatie van de menstruatiecyclus. Ook het progesteron neemt af in de overgang.

Een verstoorde hormoonbalans in de overgang veroorzaakt de typische overgangsklachten die wij allemaal wel kennen. Naast opvliegers en stemmingswisselingen, kunnen we ook geheugenproblemen krijgen, vaginale droogheid en blaasontstekingen.

Waarom treed een opvlieger eigenlijk op? Door schommelingen in je hormoonhuishouden, staat je thermostaat in de hersenen niet goed afgesteld. Zo kan het gebeuren dat je hersenen een signaal krijgen dat je warmte kwijt moet raken zodat je bloedvaten onder de huid wijd open gaan staan en dat voel je als een opvlieger.

De volgende keer: hormoonpillen tegen de overgang; risico?

Door Hella Biemans, Wijk bij Duurstede. Bron: Lijf en Lijn